Brandmeldinstallaties

Het bouwbesluit behandelt zeer uitgebreid het onderwerp “bescherming tegen brandrisico’s” en alles wat daarmee samenhangt. Tijdens de eerste inspectie-audit van ORTEON dit nieuwe jaar ontmoetten we een vertwijfelde eigenaar van een gebouw die door de bomen het bos niet meer zag op dit gebied. En dat is begrijpelijk! Het is een belangrijk onderwerp dat binnen je gebouw goed geregeld moet zijn. Ga je op zoek op het WWW, dan raak je al snel verstrikt in de verplichtingen en de vele normen die je eigenlijk moeten helpen bij het voldoen aan de regels. Het onderwerp is echter zo groot, dat ik het heb moeten splitsen: Deze week behandel ik alleen de brandmelding, volgende week komt de ontruiming aan bod en de week erna het bestrijden van brand, als het dan mis gegaan is. Maar dat laatste is natuurlijk niet te hopen. In deze wekelijkse ORTEON Blog Wet- & Regelgeving probeert ik een eenvoudige uitleg te geven over onderwerp Brandmeldinstallaties.

Algemeen

Op de website van de brandweer staat onder andere deze informatie over het detecteren en (door)melden van brand: 

Brandmeldinstallaties (BMI) redden levens en beperken schade. Ze bespreken daar twee fasen van brandmelding: 

De eerste fase gaat over een interne waarschuwing dat er mogelijk brand is in het gebouw: Al bij een klein beetje rook waarschuwen de BMI’s de mensen in het gebouw. De verhoging van de brandveiligheid die hiermee wordt bereikt, is belangrijk. Een brandmeldinstallatie (BMI) is ontworpen om de interne organisatie te ondersteunen bij het ontdekken van brand. Er zijn Europese afspraken over de drempel waarbij een BMI in alarm moet komen om de interne organisatie te waarschuwen. Bij het overschrijden van deze drempel is er sprake van een “echte” of “geverifieerde” melding. De BMI is dus ontworpen om bij een voorstadium van brand een alarm te geven. Bij een voorstadium van brand is de interne organisatie goed in staat om zelf op te treden. Dringende hulp van de brandweer is (nog) niet nodig. 

Bij de tweede fase is er meer aan de hand en kan de interne organisatie het mogelijk niet meer aan: In geval van escalatie zal de brandweer worden gealarmeerd om hulp te komen bieden.

Nieuwe installaties

Het bouwbesluit geeft in eerste instantie een goed houvast wanneer een gebouw een verplichte brandmeldinstallatie moet hebben. Er staat: 

Een brandmeldinstallatie is vooral nodig wanneer zonder deze installatie een brand niet direct kan worden opgemerkt (onoverzichtelijk), een gebouw niet beroepbaar is of wanneer brandveiligheidsvoorzieningen niet kunnen functioneren zonder brandmeldinstallatie. Met «beroepbaar» wordt bedoeld dat het mogelijk moet zijn om de aanwezigen door aanroepen direct op de hoogte te stellen van een brand in het bouwwerk. Zie hiervoor ook de toelichting op artikel 6.23 (ontruimingsalarminstallatie). Behalve de ontruimingsalarminstallatie kunnen bijvoorbeeld de volgende brandveiligheidsvoorzieningen afhankelijk zijn van een brandmeldinstallatie: automatische kleefmagneten bij zelfsluitende deuren, overdrukinstallaties, rook- en warmte-afvoerinstallaties, brandkleppen en brandpompen. Verder kan een brandmeldinstallatie worden gebruikt voor een automatische doormelding naar de regionale alarmcentrale van de brandweer (RAC) of een automatische melding aan een zorgcentrale of zusterpost.”

In de bijbehorende “Bijlage I. Brandmeldinstallaties kan de gebouwontwerper of de gebouweigenaar op basis van  de gebruiksfunctie, hoogte van de hoogste vloer, de gebruiksoppervlakte opzoeken of het voor het betreffende gebouw verplicht is een BMI met al dan niet volledige doormelding te hebben. Er staat daarbij een verwijzing naar de norm NEN 2535. Deze is dus verplicht. De geldende versie is de versie uit 2017. In de bouwbesluit-bijlage staat ook duidelijk of de BMI een certificaat moet hebben. Dit is altijd van toepassing als de installatie een doormelding moet hebben naar de regionale alarmcentrale van de brandweer.

In de NEN 2535: 2017 nl Brandveiligheid van gebouwen – Brandmeldinstallaties – Systeem- en kwaliteitseisen en projectierichtlijnen vinden we:

  • de kwaliteitseisen van de verschillende componenten, via de EN 54;
  • de technische eisen waaraan de installatie moet voldoen, waarbij tegenwoordig onder voorwaarden ook de toepassing van draadloze componenten zijn geoorloofd;
  • de verplichte gegevens die moeten vastliggen in het “Uitgangspuntendocument”, UPD of het PvE;

het standaard “rapport van oplevering” met de verklaring dat de installatie voldoet aan het UPD of PvE en de NEN2535;

Om er nu zeker van te zijn dat de installatie is ontworpen, geïnstalleerd en opgeleverd volgens een gedegen kwaliteit, is er een kwaliteitscertificaat beschikbaar van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (het CCV). Indien de adviseur en installateur volgens dit schema is gecertificeerd, weet je als gebouweigenaar dat je er alles aan hebt gedaan om aan de nieuwbouweisen van het bouwbesluit te voldoen.

Onderhoud en beheer

Het is belangrijk de technische documenten die horen bij de installatie (UPD of PvE, het Rapport van Oplevering en certificaat) goed te bewaren. Daarmee toon je aan dat je in de bouwfase aan je verplichtingen hebt voldaan. Vervolgens is het belangrijk de kwaliteit van de installatie op pijl te houden. Dit doe je door periodiek onderhoud, periodieke controles en inspecties en door eigen beheersmaatregelen en testen. Daarbij komt de volgende norm om de hoek kijken: De NEN 2654-1+C1:2018 met als titel: “Beheer, controle en onderhoud van brandbeveiligingsinstallaties: Deel 1: Brandmeldinstallaties”

  • Aanstellen van een beheerder (interne medewerker of inhuurde persoon) die aantoonbaar in een logboek zorgt voor:
    • Elke maand:
      • visuele controle BMI
      • Functionele controle doormelding van alarm en brandmelding
    • Elke 4e maand:
      • Visuele controle van de bereikbaarheid van de hand- en automatische brandmelders
      • Vaststelling van eventuele wijzigingen in het gebouw of organisatie;
      • Controle van organisatieplannen (meestal onderdeel van BHV-plan)
    • Contract voor jaarlijks onderhoud door een bevoegd onderhoudskundige zoals bij NCP-erkend branddetectiebedrijf conform bovengenoemde norm.
      • Rapport van onderhoud met eventuele acties;
      • Certificaat van onderhoud na het verhelpen van eventuele acties;
      • Zie ook www.preventiecertificaat.nl
  • De brandweer is het bevoegd gezag, die op aanvraag bovenstaande bewijsstukken wil inzien en beoordelen.

Opmerking: De BMI kan ook andere installaties automatisch aansturen, zoals ontruimingsinstallaties, automatische poorten, dakluiken, enz. enz. Hierover volgende week meer.

Kunnen we helpen?

ORTEON heeft het doel om u te helpen onbezorgd te voldoen aan wet- en regelgeving (W&R) ten aanzien van uw gebouwen en installaties. Graag willen we met u aan tafel om de mogelijkheden te bespreken. De dienstverlening start altijd met een audit om er achter te komen wat u al heeft gedaan om het voldoen aan de W&R te borgen. Wij helpen onze klanten zelf te voldoen aan de regels, en stellen daar handvatten voor ter beschikking. Natuurlijk kunt u ons ook inschakelen om de zorg uit handen te nemen. Zie https://www.orteon.nl/ voor meer informatie.

Eén reactie

Laat een antwoord achter aan TonnyReactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.