Ins en outs Noodverlichting

Deze week neem ik het onderwerp "noodverlichting" onder de loep. Overal waar we in openbare gebouwen komen, zien we de kenmerkende groene en rode bordjes, al dan niet met lampen die de medewerkers en derden de weg naar buiten of naar een brandblusser moeten wijzen bij calamiteiten. Maar er is nog heel veel meer. Je ziet het niet, maar als er een calamiteit optreedt waarbij het licht uitvalt, kan een goed werkende verlichte vluchtwegaanduiding van levensbelang zijn. Wat moet je als gebouwbeheerder weten over de noodverlichting in je gebouw. Niet alleen voor aanschaf en uitbreidingen, maar ook welke voorschriften er aan het onderhoud en beheer zitten? Lees onze wekelijkse ORTEON Blog Wet- & Regelgeving voor een eenvoudige uitleg van dit onderwerp.

Bij al onze dagelijkse bezigheden zijn we gewend dat we zien wat we doen. Dit is geen probleem als je overdag, buiten een wandeling maakt. In onze gebouwen is dat vaak niet zo vanzelfsprekend: Vaak valt er geen direct daglicht naar binnen. Denk bijvoorbeeld aan een winkel of laboratorium. We maken dan gebruik van verlichting om te zien. Stel je voor dat dit licht uitvalt. Zonder extra noodvoorzieningen kan dit leiden tot totale duisternis. Als dit gebeurd kan gemakkelijk paniek instaan. Het bouwbesluit (hoofdstuk 6) en het Arbeidsomstandighedenbesluit stellen hiervoor regels en verlangen van de gebouweigenaar en werkgever adequate voorzieningen en beheer om een veilige verlichte vluchtweg en werkplek te waarborgen. Dit gebeurd dan met zogenaamde noodverlichting, die onafhankelijk van de normale stroomvoorziening moet functioneren.

Nieuwe installaties

Voor het ontwerp van een noodverlichtingsinstallatie biedt hoofdstuk 6 van het Bouwbesluit de wettelijke grondslag. Verder worden meerdere normen gebruikt om hieraan te voldoen. Het Bouwbesluit stelt op basis van  de toepassing van de ruimte en het aantal mensen de regels op. Je kunt hieraan voldoen door de NEN 1838 te gebruiken. In eenvoudige bewoordingen komt het hier op neer:

  • Noodverlichting moet ten alle tijde onafhankelijk van de reguliere stroomvoorziening functioneren. Daarvoor wordt de noodverlichting van energie voorzien met behulp van een accu. Deze kan in het armatuur zijn gemonteerd (decentrale noodverlichting) of op een centrale plaats staan en via extra kabels het armatuur voeden (centrale noodverlichting).
  • Vluchtwegen en nooduitgangen moeten helder en eenduidig worden aangegeven:
    • Anti-paniekverlichting zorgt ervoor dat de vloer voldoende wordt aangestraald (0,5 Lux), zodat men veilig kan lopen (minimaal 1 Lux op de vloer).
    • Aanduidingen moeten voor iedereen duidelijk zijn. Dus teksten zijn niet (meer) toegestaan, maar de aanduidingen moeten in de vorm van permanent verlichte pictogrammen de route wijzen. Deze pictogrammen moeten eenduidig zijn. (NEN 6088)
    • De route moet overal duidelijk zijn. Bijvoorbeeld kruisingen en splitsingen in de route mogen geen verwarring tot gevolg hebben.
    • Valpartijen moeten worden voorkomen door bijvoorbeeld trappen en niveauverschillen direct aan te lichten.
    • Nooduitgangen moeten duidelijk zijn aangegeven en geen vragen oproepen.
    • Elke uitgang die als nooduitgang kan worden gebruikt dient ook te worden voorzien van nood-evacuatie-verlichting. Dit geldt voor binnen, maar ook voor buiten, zodat men ook veilig van het gebouw vandaan kan lopen.
  • Brandbestrijdingsmiddelen en EHBO middelen moeten zodanig verlicht zijn, dat ze kunnen worden gevonden en dat de instructies duidelijk leesbaar zijn. Dat betekent minimaal 5 Lux ter plekke.
  • Kritische installaties moeten voldoende verlicht zijn om een veilige bediening mogelijk te maken. Dat betekent minimaal 10 Lux ter plekke. Voorbeelden van kritische installaties zijn bijvoorbeeld liftmachinekamers, verwarmingssystemen en hoofd schakel- en verdeelinrichtingen.
  • Werkplekken waar gewerkt wordt met bijvoorbeeld gevaarlijke stoffen en apparatuur moeten ten alle tijde voldoende verlicht blijven om bij uitval van de elektriciteit de werkzaamheden op een veilige wijze te beëindigen en de ruimte te verlaten. Dat betekent minimaal 15 Lux ter plekke.
  • Parkeren en stallen van auto’s. Hier moet noodverlichting bij de nooduitgangen zijn aangebracht van minimaal 25 Lux ter plaatse. (NEN 2443)

De oplevering van de installatie moet worden vastgelegd middels een opleverformulier (NEN 1838), (projectie)tekeningen en technische documentatie.

Onderhoud en beheer

Als gebouwbeheerder/ werkgever moet je er natuurlijk voor zorgen dat bovenstaande voorzieningen (noodverlichting) in takt blijven. Dit is een eis die de Arbowet stelt. Dit kun je doen door periodiek inspecties en onderhoud uit te laten voeren aan de voorzieningen. Hierbij wordt gekeken naar de leesbaarheid van de pictogrammen, de levensduur van de lampen (lichtbronnen) en de accu’s (minimaal 1 uur bij stroomuitval). Ook eventuele wijzigingen van het gebruik van het gebouw, die van invloed kan zijn op de noodverlichting moet worden meegenomen. Het uitgevoerde onderhoud en de inspectie met eventuele noodzakelijke aanpassingen moet aantoonbaar zijn. Om niets te vergeten, is de ISSO-publicatie 79 een goed hulpmiddel. Hierin staat dat dit jaarlijks door een ter zake deskundig bedrijf en persoon moet worden gedaan.

Kunnen we helpen?

ORTEON is in 2018 gestart met het doel om u te helpen onbezorgd te voldoen aan wet- en regelgeving ten aanzien van uw gebouwen en installaties. Wij helpen onze klanten zelf te voldoen aan de regels, en stellen daar handvatten voor ter beschikking. Natuurlijk kunt u ons ook inschakelen om de zorg uit handen te nemen. Zie https://www.orteon.nl/ voor meer informatie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.