Kun je ook te veel VOP'ers aanwijzen?

Wanneer organisaties aan de slag gaan met NEN 3140, worden regelmatig meerdere medewerkers als Voldoende Onderricht Persoon (VOP) aangewezen. Dat lijkt op het eerste gezicht een logische keuze. Er zijn immers altijd mensen beschikbaar om kleine elektrotechnische werkzaamheden uit te voeren.

Toch zien we in de praktijk dat dit niet altijd leidt tot een veiligere organisatie. Sterker nog: in sommige situaties zorgt het juist voor meer onduidelijkheid.

Meer VOP'ers betekent niet automatisch meer veiligheid

Een VOP is geen functie of diploma, maar een formele aanwijzing voor specifieke werkzaamheden. Die aanwijzing moet aansluiten bij de werkzaamheden die een medewerker daadwerkelijk uitvoert. Wanneer medewerkers worden aangewezen "voor de zekerheid" of omdat dit praktisch lijkt, bestaat het risico dat de grenzen van de aanwijzing minder duidelijk worden. Daardoor wordt het voor medewerkers en leidinggevenden lastiger om te bepalen welke werkzaamheden wel en niet binnen de aanwijzing vallen.

Wat zien wij regelmatig in de praktijk?

Bij verschillende organisaties komen we situaties tegen waarin een grote groep medewerkers als VOP is aangewezen. Dat zijn bijvoorbeeld medewerkers van de technische dienst, productiepersoneel of facilitair medewerkers. De gedachte daarachter is begrijpelijk. Wanneer meerdere medewerkers zijn aangewezen, is er vrijwel altijd iemand beschikbaar om eenvoudige werkzaamheden uit te voeren of een storing op te lossen.

Na verloop van tijd kan echter een ander probleem ontstaan. Medewerkers weten niet meer precies welke werkzaamheden binnen hun aanwijzing vallen en leidinggevenden verliezen het overzicht over wie waarvoor is aangewezen. Een aanwijzing die bedoeld was om duidelijkheid te creëren, kan daardoor juist tot onduidelijkheid leiden.

De aanwijzing moet passen bij de werkzaamheden

Het uitgangspunt van NEN 3140 is niet dat zoveel mogelijk medewerkers worden aangewezen. De aanwijzing moet aansluiten bij de werkzaamheden die iemand daadwerkelijk uitvoert.

Stel uzelf daarom bijvoorbeeld de volgende vragen:

  • Heeft deze medewerker de aanwijzing echt nodig?
  • Voert hij deze werkzaamheden regelmatig uit?
  • Zijn de grenzen van de aanwijzing voor iedereen duidelijk?

Wanneer het antwoord op één van deze vragen twijfel oproept, is het verstandig om de aanwijzing opnieuw te beoordelen.

Minder aanwijzen kan juist duidelijkheid geven

Een kleinere groep aangewezen VOP'ers maakt vaak beter inzichtelijk wie welke werkzaamheden uitvoert en wie waarvoor verantwoordelijk is. Dat betekent natuurlijk niet dat een organisatie zo min mogelijk VOP'ers moet hebben. Het gaat erom dat de aanwijzingen aansluiten bij de praktijk en regelmatig worden geëvalueerd. Zo blijft voor medewerkers én leidinggevenden duidelijk welke werkzaamheden veilig kunnen worden uitgevoerd en wanneer een vakbekwaam persoon (VP) of werkverantwoordelijke (WV) moet worden ingeschakeld.

Hoe voorkomt u dit?

Een goede VOP-aanwijzing begint bij een duidelijke afweging van de werkzaamheden, de risico's en de verantwoordelijkheden binnen de organisatie. Daarom is het verstandig om aanwijzingen periodiek te beoordelen. Veranderen werkzaamheden of functies, dan kan het ook nodig zijn om aanwijzingen aan te passen.

Wilt u meer weten over het aanwijzen van VOP'ers? Lees dan ook ons artikel "Wanneer heb je een VOP nodig volgens NEN 3140?". Meer informatie over het organiseren van elektrische veiligheid vindt u op onze pagina NEN 3140.